Uitgelicht:

Brief aan raadsfracties

Met een brief aan alle lokale raadsfracties informeert BEM over de paracommercie-verordening die vanaf 1 januari 2013 opgesteld moet worden. 
meerknop 

Artikel 1 Drank- en Horecawet

ABRvS, 20-07-2005, LJN: AT9673
Onderwerp: wezenlijk kenmerk horecabedrijf.
Essentie: [2.4.] Een wezenlijk kenmerk van een horecabedrijf is dat daar bedrijfsmatig dranken en etenswaren worden verstrekt teneinde deze ter plaatse te nuttigen. De aanwezigheid van zitplaatsen waardoor uitdrukkelijk de gelegenheid wordt geboden het gekochte onmiddellijk te nuttigen is daarvoor een duidelijke indicatie. (zie ook ABRvS 28-08-2002, LJN: AE6929) » Lees verder

Rb. Utrecht, 07-02-2002, LJN: AD9490
Onderwerp: wezenlijk kenmerk horecabedrijf.
Essentie: Zodra sprake is van een eetgelegenheid, waaraan - ook al wordt zij geëxploiteerd in samenhang met een brandstofverkooppunt - zelfstandige betekenis toekomt, is naar het oordeel van de ABRS (25 april 1996, nummer H01950324) sprake van een horeca-voorziening die het bestek van serviceverlening in bovenbedoelde zin te buiten gaat

De president overweegt hieromtrent dat uit vaste jurisprudentie volgt dat als een wezenlijk kenmerk voor een horeca-activiteit moet worden aangemerkt het bedrijfsmatig verstrekken van drank en etenswaren voor consumptie ter plaatse. Hierbij is naar het oordeel van de president in beginsel niet relevant of deze consumptie zittend dan wel aan statafels plaatsvindt en evenmin of de horeca-activiteiten in ruimtelijk opzicht dan wel qua aanbod een beperkte omvang hebben. Beslissend te dezen is of aan die activiteiten een zelfstandige betekenis moet worden toegekend. » Lees verder


Rb. Almelo 07-08-2009 LJN: BJ5292
Onderwerp: kortdurend incidenteel strijdig gebruik bestemmingsplan
Essentie: Ten aanzien van het subsidiaire standpunt overweegt de voorzieningenrechter het volgende. In de jurisprudentie is bepaald dat, indien een met het vigerende bestemmingsplan strijdig gebruik kortdurend en incidenteel is, de bestemmingsplanvoorschriften zich daartegen niet verzetten. Alhoewel de termen ‘kortdurend’ en ‘incidenteel’ niet exact zijn ingevuld dan wel zijn in te vullen, is de navolgende lijn in de jurisprudentie zichtbaar.

  • Het jaarlijks houden van een (schutters)feest gedurende drie dagen, waarop duizenden bezoekers afkomen en waarmee een opbouw- en afbreektijd van ten minste een week respectievelijk ten minste enkele dagen gemoeid zijn, is niet kortdurend en incidenteel (de Afdeling 13 april 2005, LJN AT3708).
  • Het innemen van een standplaats gedurende een aantal dagen per week is niet kortdurend en incidenteel (de Afdeling 20 mei 2009, LJN BI4531).
  • Het houden van maximaal zes openbaar toegankelijke feesten per jaar is niet incidenteel (de Afdeling 14 januari 2009, LJN BG9758).
  • Het plaatsen van een mobiele kraan voor enige uren voor in totaal maximaal vier keer per jaar is kortdurend en incidenteel (de Afdeling 16 januari 2008, LJN BC2137).
  • Het één tot tweemaal per jaar kort parkeren is kortdurend en incidenteel (de Afdeling 1 april 2009, LJN BH9229).